Douwe Stapersma in Nieuw-West
Het verhaal van Douwe Stapersma of hoe de zoon van een Fries en een Terschellingse in Amsterdam West terecht komt.
Vader uit Friesland
Het verhaal begint in het midden van Friesland in het kleine plaatsje Wommels, vlakbij Sneek. Daar werd de vader van Douwe Stapersma aan het eind van de 19e eeuw geboren. Als jonge vent ging hij varen en in de eerste Wereld Oorlog zat hij als marineman in de West. Het duurde 14 maanden om na de oorlog terug te komen naar huis.
Moeder van Terschelling
Daar op Terschelling leerde hij de moeder van Douwe kennen, Aaltje van Urk. Haar vader was de bekende reddingsboot schipper Klaas van Urk. Hij kwam ook echt van Urk. De Urkers voeren altijd overal heen en Klaas had werk gevonden bij de sleepboten op Terschelling en was daar toen maar gebleven: er was brood op de plank nodig voor zijn vrouw Pietertje en zijn gezin van acht kinderen. Vader Klaas werd in 1923 schipper op de reddingsboot, nadat de vorige schipper met man en muis was vergaan in een vreselijke storm en dat op zijn eerste redding als schipper. Het geluk was met Klaas en aan het eind van zijn leven kon hij terugkijken op het redden van 189 mensen. Klaas eerste dochter die op Terschelling werd geboren was Aaltje. Zij werd later de moeder van Douwe.
Amsterdam inzicht!
Toen de vader van Douwe, op Terschelling werkend, verliefd werd op Aaltje van Urk had hij net een baan als politieagent kunnen krijgen in Amsterdam en daar ging hij wonen. De reis van Terschelling naar Amsterdam was in die tijd een onderneming van een hele dag. Maar Aaltje wilde persé haar geliefde opzoeken toen hij daar belijdenis deed. Met de botter van haar vader, helemaal via IJmuiden kwam ze op een zondag in Amsterdam aan. Helaas te laat voor de belijdenis, maar gelukkig niet te laat voor de liefde! Want op 17 november 1921 trouwde het paar opTerschelling. Voor het aantekenen van het huwelijk kreeg de bruidegom twee hele dagen vrij van de Amsterdamse politie, maar vanwege een storm voer de boot terug naar het vasteland niet uit en kon hij nog twee dagen op het eiland blijven! Wel moest er natuurlijk een verklaring komen dat er ook echt een storm was!
De eerste jaren in Amsterdam, van hier naar daar…...
Het jonge paar ging wonen in de Spaarndammerbuurt. Daar werd op 24 oktober 1922 zoon Douwe geboren. Na twee jaar kwam er een dochtertje bij en weer twee jaar later nog een zoon. Toen vader Stapersma een dienst kreeg in de buurt van het stadion ging het jonge gezinnetje naar de Sportstraat. Een etagewoning met in het begin nog geen badkamer, alleen op de overloop een klein fonteintje. Daar in Zuid, vlak tegen de toen uiterste grens van Amsterdam groeide de kleine Douwe op. Nieuw West bestond nog niet. Eigenlijk moest Douwe na de lagere school gaan werken van zijn ouders, maar gelukkig heeft het “Hoofd der School” zijn ouders kunnen overtuigen dat hij door moest leren. Zo kwam hij terecht op de Mulo in de JM Coenenstraat bij de heer Tiemersma.
Voor het eerst in Nieuw West
Met zijn vriendje fietste hij soms naar buiten naar het buitengebied. Daar stonden toen veel boerderijen en groene weiden vol met koeien. Er waren toen al boeren die hun boerderij veranderden in een tuinderij, vooral langs de strook aan de Westlandgracht. Ook verkochten boeren hun melk al via hun eigen winkels in de stad. Zo is de vader van Dirk van de Broek ook begonnen, eerst een melkwinkeltje en toen een supermarktje, de eerste in Amsterdam! Het vroegere Slotermeer, wat ongeveer lag op de plaats waar nu de Sloterplas ligt, was al decennia daarvoor leeg gemaald. Daar kon je prachtig rondfietsen. Het was voor de jongens een compleet nieuwe ervaring. Huizen stonden er toen nog niet, laat staan flats en autowegen. Om er te komen kon je over de Overtoom en de Postjeskade. Bij de Schinkel was een scheepslift: een bak vol water waar het scheepje dan mee om hoog werd getild naar de Schinkelkade, een hogere polder. Je kunt nu nog zien dat er twee polders waren, want we krijgen nog steeds twee aanslagen van twee verschillende waterschappen. Later werd de Slotermeer weer afgegraven, omdat men zand nodig had voor nieuwe huizen in West. Zo is uiteindelijk de Sloterplas ontstaan.
Werk in zicht
Na de mulo ging Douwe werken op een deurwaarderskantoor. Hij verdiende toen 15 gulden in de maand. En ja, op de vrije zaterdagmiddag had je misschien even tijd om een meisje te leren kennen. Zo fietste hij een keer mee met zijn vriend en diens vriendin. Zij had haar vriendin meegenomen. Dat was Reina. De liefde tussen zijn vriend en zijn vriendin ging snel over, maar Reina is altijd bij Douwe gebleven tot haar dood in 2005. Ergens in 1941 vroeg hij Reina om verkering, na een bioscoopuitje in Cineac Damrak. Niet veel later werd er verloofd, wel zonder ringen, want goud was midden in de oorlog erg schaars.
De oorlogstijd
Douwe moest , zoals zo vele jongens van zijn leeftijd, in Duitsland werken. Daarom nam hij ontslag bij de overheidsinstelling waar hij toen werkte en ging hij ergens anders bij een deurwaarder aan de slag. Zo hoefde hij toch niet weg. Wel werd de loze ruimte onder de trap als schuilplaats ingericht, met water en dekens, voor het geval hij toch opgeroepen werd en hij zich snel moest verstoppen. Het was een tijd waar je als jonge vent goed uit moest kijken. Bij het deurwaarderskantoor werkte een joodse jongen die zonder ster en met vals persoonsbewijs gelukkig de oorlog heeft overleefd. In Amsterdam was in de winter van 1944-1945 nauwelijks meer voedsel te verkrijgen. Veel mensen stierven van de honger. Ook in het gezin van de familie Stapersma was heel weinig voedsel. Daarom ging Douwe met zijn broer enkele dagen met een handkar op zoek naar voedsel. Via, via kenden ze een familie in Stompetoren , vlak bij Alkmaar. Daar kregen ze aardappelen en broden en bonnen. De weg naar huis, in de stromende regen, en vol angst voor de Duitsers, die van veel mensen alles afpakten, was groot. Maar wat was het thuisfront blij toen ze weer heelhuids thuiskwamen met een volle handkar! In die zelfde Hongerwinter kwam er ook nog twee keer een zak met aardappelen van de familie uit Friesland en Terschelling. In april 1945 was echter bijna alles op, alleen nog een paar witte bonen waren er in huis.
Toen werd het zaterdag 5 mei, de oorlog is afgelopen. Pas op dinsdag 8 mei helemaal, nu de Canadezen de stad in komen met vooral sigaretten. Reina had pleuris (een soort longontsteking) en kon het die dag helaas niet meevieren. Douwe had, zoals veel jonge jongens, zich al eerder aangemeld voor de Binnenlandse Strijdkrachten. Tijdens de bevrijdingsdagen moest hij de scholen bewaken, die bedoelt waren om NSB’ers in te huisvesten. Men was echter bang voor slopers, die het hout wilden gebruiken om te stoken, want er was nauwelijks meer iets om het eten warm te maken.
Na de oorlog: het huwelijksbootje
Het leven begon zijn normale verloop weer te krijgen. Veel jongelui stapten in het huwelijksbootje, zo ook Douwe en Reina en wel in de zomer van 1946. Douwe huurde een net trouwpak, maar toen hij het af kwam halen bleek het al voor een twee keer verhuurd te zijn. Gelukkig had een kennis nog een trouwpak liggen waar hij net in paste. Het stel ging eerst een korte tijd bij zijn ouders, later bij haar ouders inwonen. Dat was in die tijd van woningschaarste heel gewoon. (Schoon) moeder kookte, ook dat hoorde erbij. In 1947 gingen ze met zijn schoonouders naar een bovenwoning aan het Surinameplein. In dat jaar stierf zijn schoonmoeder en is afgesproken dat het stel bij zijn schoonvader in zouden blijven wonen. Het gezin breidde zich uit: op 27 juni 1948 werd in het Juliana Ziekenhuis in wat nu Amsterdam West zou heten een zoon geboren. Twee jaar later kwam er nog een dochter bij.
Examens
Douwe werkte hard op kantoor en studeerde ondertussen ook verder. Reina werd huisvrouw, wat in die tijd heel gewoon was. Later ging ze wel weer buitenshuis werken als onderwijzeres. En nog later, toen de kinderen al uit huis waren, heeft zij Douwe meegeholpen in zijn praktijk. Op zaterdag moest in die tijd ’s ochtends nog gewerkt worden en één keer in de 14 dagen ging Douwe ’s zaterdagmiddag naar Utrecht om door te studeren. In 1950 slaagde hij voor zijn examens en werd hij kandidaat-deurwaarder. In 1953 werd hij benoemd tot gerechtsdeurwaarder bij de Rechtbank van Amsterdam. Hij moest zijn zaak van de grond af opbouwen en werkte heel veel uren in de week. De jaren gingen voorbij en in 1962 werd het gezin verblijdt met een nakomertje, een lief klein meisje. Helaas stierf ze heel plotseling, ze mocht maar 7 maanden oud worden. Dat was voor het hele gezin een vreselijke schok.
Op naar Nieuw West
Tien jaar later rond 1972 was iedereen aan een verandering toe. De twee kinderen waren (bijna) het huis uit en een nieuwe tijd brak aan. Douwe en zijn vrouw gingen op zoek naar een koophuis. Toen ze een keer door het nieuwe gedeelte van West fietsten zagen ze een mooie flat in het groen liggen vlak bij de Sloterplas, dat leek wel wat. Douwe zei tegen zijn vrouw: ”een flat op de 5e verdieping met uitzicht op de plas, dat zou fantastisch zijn”. Zij ging de volgende dag al naar een makelaar. Tot haar grote verrassing bleek er net die dag een vijfkamer flat te koop gezet te zijn op de vijfde verdieping. Dat kon geen toeval zijn! Het huis aan de Eastonstraat werd gekocht. Dochter trouwde en ging in het oude huis wonen. Schoonvader kreeg een kamer bij de Douwe en Reina. Een fijne tijd brak aan, ze vonden het heerlijk in de mooie flat. De flat stond er al een jaar of acht en kreeg een nieuw verfje en een paar kleine aanpassingen, maar de indeling bleef zoals het was: een vijfkamerflat. Tegenwoordig maken mensen er soms een vier of zelfs driekamerflat van.
De Sloterplas: wat een meer!
Wat zaten ze heerlijk in hun eigen woning met aan de ene kant het prachtige uitzicht op de Sloterplas en aan de andere kant de vliegtuigen in de verte op weg naar Schiphol.
De flat, Easton III, is onderdeel van een coöperatie. Douwe maakt al heel wat jaren deel uit van het bestuur. Er valt veel te regelen in zo’n coöperatie met 15 flats, er is altijd wel wat te doen. De flats zien er goed uit en worden goed onderhouden. Douwe en Reina wandelden geregeld een “rondje Sloterplas”. Altijd mooi. In de winter was vroeger de plas soms bevroren en kon je er schaatsen, in de zomer kon je zwemmen, al moest je wel uitkijken dat het niet te koud was door de grote diepte van de plas. De tuinen rondom de flat worden door het Stadsdeel op eenvoudige wijze onderhouden. Douwe heeft daarom met een aantal bewoners het heft in eigen handen genomen om het nog mooier te maken en nu zien ze er prachtig uit. Gelukkig heeft het Stadsdeel er nu ook wat meer geld voor over, want de bestuurders zien wel dat de flatbewoners druk bezig zijn hun buurt te verbeteren. In 2006 is Reina plotseling overleden. Sindsdien woont Douwe met mooie herinneringen aan een gelukkig huwelijk alleen in zijn fijne woning en hij geniet nog dagelijks van het schitterende uitzicht over de Sloterplas.
Opgeschreven
Oktober 2010 JMB Ketel