Elk jaar hetzelfde verlanglijstje
Onderstaand verhaal is opgehaald door Schoenendoos verhalenverzamelaar Anneke van Bentum bij verteller mevrouw Kerklingh- van Bork
ELK JAAR HETZELFDE VERLANGLIJSTJE
Mevrouw Marie Louise Kerklingh-van Bork, een vrolijke vriendelijke muzikale vrouw van 90, die ik ontmoette in zorgcentrum de Schutze, waar ik met nog meerdere bewoners in de zitruimte gezellig heb zitten praten. Buiten was alles nog versierd, want het weekend ervoor was er groot feest geweest ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van het zorgcentrum.
Enigst kind
Mevrouw Kerklingh vertelt eerst in het groepje en later in haar appartement: “Ik ben mijn hele leven in Amsterdam gebleven. Als kind woonde ik op de Houtmankade. Mijn vader werkte bij de Holland Amerika Lijn als controleur en mijn moeder is handwerkjuffrouw geweest. Ik was enig kind. Elk jaar als ik jarig was stond er op mijn verlanglijstje: ik wil een broertje of een zusje. Ik viel daar mijn moeder steeds mee lastig en bleef er maar om vragen. Ik speelde veel met mijn nichtjes die vlak bij ons in de buurt woonden. Die hadden een broertje en kregen er later ook nog een zusje bij, Jeannetje. Maar ik bleef alleen. Weet je wat ik toen al dacht? Als ik later ga trouwen neem ik niet maar één kind!” “We hadden het gezellig thuis. Hele lieve ouders. Ik werd wel een beetje verwend geloof ik. Mocht ook op pianoles toen ik 7 jaar was. Heerlijk vond ik dat. De leraar zei tegen mijn moeder dat ik alles twee maal zo snel leerde als de andere leerlingen. Dat merkte ikzelf natuurlijk niet. O ja, we hadden thuis een poes Minie, die kwam altijd heerlijk spinnen. Ik heb op de Smallepadschool aan de Planciusstraat gezeten vlakbij de Zoutkeetsgracht.”
Trots op mijn moeder
“Ik had veel vriendinnetjes en we speelden altijd op straat. We deden veel spelletjes zoals krijgertje, schuilhokkie, touwtjespringen en ook tollen. Mijn moeder was altijd zo bezorgd dat mij iets zou overkomen. Dat kwam ook omdat we vlak bij het water woonden. Mijn moeder kon heel goed naaien. Als ze dan weer eens een nieuwe jurk voor mij had gemaakt riep de juf mij voor de klas en zei: ‘Kijk eens wat Rie er prachtig uitziet. Die jurk heeft haar moeder zelf gemaakt, mooi hè’. Trots dat ik dan was op mijn moeder! Na de lagere school ging ik naar de Mulo. De meeste kinderen gingen naar de huishoudschool, dat was een beetje vanzelfsprekend geloof ik.” “Het ging heel goed en nadat ik mijn diploma had gehaald ging ik werken bij de Koninklijke Nederlandse Zeil- en Roeivereniging aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal. Er moesten schepen worden gemeten en dat werd gedaan door Gerrit Willem Walther Carel Baron van Hoëffel. Omdat ik heel goed Nederlands sprak moest ik hem te woord staan.”
Leuk meissie
“Eind jaren dertig ontmoette ik mijn man Jo. Hij werkte in de Planciusstraat in de slagerij waar ik vaak langs kwam. Hij keek dan steeds naar me. Op een dag, toen ik weer de winkel inkeek, kwam hij naar buiten en zei dat hij mij een leuk meissie vond en dat hij wel een keertje met mij op stap wilde. En zo is het gekomen. We hadden het heerlijk samen. Ik verwachtte mijn eerste kindje in de hongerwinter, daardoor ging het niet zo goed. De dokter troostte mij en zei dat het later zeker goed zou komen. Dat was ook zo. We hebben drie prachtige zonen gekregen! Een heerlijk gezinnetje, wel druk want we hadden buiten de slagerij in de Planciusstraat nog twee zaken in Amsterdam. De worst werd allemaal zelf gemaakt in de worstmakerij achter de winkel.”
Net een paradijs
“Ik had het druk met de kinderen. Mijn man was vaak pas laat thuis. De zaak was een hele verantwoording. Wij waren 62 jaar getrouwd toen mijn man Jo overleed. Daar heb ik nog steeds zoveel verdriet van. We woonden al een tijd in West en sinds de tijd dat het beter was om wat verzorgende hulp te krijgen woon ik in de Schutze. Het bevalt me hier goed. Kijk eens naar buiten: Prachtige berkenbomen als ik door het ene raam kijk en alleen maar groen met een mooi beeld van een paardje als ik door het andere raam kijk. Ik vind het net een paradijs! Weet je waar ik ook zo blij om ben? Dat ik mijn muziek heb. Ik speel nog elke dag, dat doet me zo goed. Ik zou niet zonder kunnen.“ (Foto 3). “Op elke tafel staat een foto van mijn man. Ik praat tegen hem. Het is alsof hij altijd bij me is. Als ik ga slapen zeg ik hem welterusten. Zo kan ik rustig in slaap vallen en wacht mij de volgende dag.”